Liever stuntelen dan stilstaan

Mijn dochter is begonnen met rijlessen. Een spannende mijlpaal, zo op haar zestiende. Niet alleen voor haar, ook een beetje voor mij. Ik was vooral nieuwsgierig hoe ze het zou vinden. Maar haar reactie was helder:

‘Ik kijk er eigenlijk best tegenop. Ik wil gewoon in die auto stappen en meteen kunnen rijden!’

Ik moest lachen. Want ja, wie wil dat niet? Gewoon instappen en het meteen kunnen. Geen onzekerheid, geen fouten, geen gestuntel. Gewoon… direct klaar, af, strik eromheen.

Ik probeerde haar gerust te stellen: ‘Juist daarom volg je lessen, om het te leren.’
Waarop zij meteen antwoordde: ‘Ja, maar die instructrice is ook streng. Die verwacht dat ik het meteen snap.’

Ik voelde gelijk de druk! Het moet in één keer goed. Fouten? Liever niet. Niet alleen bij de leerling, maar blijkbaar ook bij de lerares.

Een paar dagen later begeleidde ik een training over persoonlijk leiderschap. Tijdens een ronde over ieders sterkste kwaliteit, zei iemand: ‘Mijn kwaliteit is perfectionisme’. De groep viel stil. Totdat iemand voorzichtig opmerkte: ‘Maar… is perfectionisme niet eerder een valkuil?’

Je zag de twijfel bij de deelnemer die het gezegd had. Ze dacht even na, haalde haar schouders op en zei: ‘Ja… misschien is het allebei. Het helpt me om hoge kwaliteit te leveren, maar eerlijk? Het put me soms ook uit. Ik leg de lat zó hoog voor mezelf, dat ik er niet van kan genieten als iets af is. En eigenlijk is iets nooit af…’

Wat volgde was een open en kwetsbaar gesprek. Ondertussen hoorde ik mijn eigen stemmetje in mijn hoofd wat ik zo goed ken: ’Had ik dat anders moeten doen?’ Niet alleen als trainer en coach, ook als ouder, partner en vriendin. Die hardnekkige neiging om het graag goed te willen doen. Liever geen fouten. Liever meteen raak.

Totdat ik tijdens een supervisie zelf die spiegel voorgehouden kreeg. Mijn begeleider zei:
‘Wat nou als je de plank een keer misslaat? Misschien is dat precies wat je nodig hebt om vrijer en krachtiger je vak uit te oefenen’. En hij had gelijk. En jee wat gaf me dat lucht.

En zo werkt het in organisaties precies hetzelfde. Teams die streven naar foutloos werken, lopen vroeg of laat vast. Mensen die geen fouten durven maken, zetten onbewust een rem op hun eigen mogelijkheden.

Tijdens de training zijn de deelnemers stappen aan het maken waarin imperfectie en kwetsbaarheid ruimte krijgen. Van durven proberen. Experimenteren. Bijsturen. Op je gezicht gaan en weer opstaan. Het even niet weten en dat ook durven laten zien, de lat een stukje lager leggen. Niet omdat ze geen kwaliteit willen leveren, juist omdat ze goed willen zijn in wat ze doen.

En de deelnemer die perfectionisme als kwaliteit noemde? Die kwam tot een waardevol inzicht. Ze zei: ‘Eigenlijk probeer ik via controle mijn onzekerheid te managen. En ja… dat uit zich in perfectionisme.’
Ze glimlachte even en voegde eraan toe: ‘En mijn dochter? Die lijkt precies op mij… misschien is dat niet zo’n goed nieuws.’

Ik zei tegen haar: ‘Dat is juist alleen maar goed nieuws’.Herkennen wat er gebeurt, is altijd de eerste stap’. En ik gaf haar een compliment: ‘Weet je hoe waardevol het is dat je dit hardop zegt? Door je eigen mening los te laten en je inzicht te delen, geef je het hele team ruimte om te leren’.

En kijk naar mijn dochter. Elke keer stapt ze met gezonde tegenzin die auto in. En elke keer maakt ze fouten. Ze schakelt verkeerd, mist een verkeersbord, vergeet te spiegelen. En precies daardoor leert ze. Juist door die hobbels, letterlijk en figuurlijk, zal ze straks extra trots zijn op dat rijbewijs. Niet ondanks de fouten, maar juist door de fouten die ze onderweg gemaakt heeft.