Laatst had ik een coachee in mijn praktijk, laten we haar Anna noemen. Anna is slim, gedreven en succesvol in haar werk. En toch liep ze vast. Ze voelde zich onzeker in vergaderingen, hield zich vaak in en durfde haar mening niet uit te spreken, terwijl ze wíst dat ze goede ideeën had.
Waarom doe ik dit toch?, vroeg ze zich af.
We gingen samen aan de slag en Anna ontdekte dat haar terughoudendheid niet zomaar uit de lucht kwam vallen.
Als kind zat Anna iedere dag met haar familie aan de keukentafel. Enthousiast begon ze dan te vertellen over haar dag, over iets wat ze had meegemaakt op school of een idee dat in haar hoofd opkwam. Maar keer op keer werd haar stem in de kiem gesmoord door haar oudere broer. Hij was luid, aanwezig, nam de ruimte in zonder erover na te denken. Als hij begon te praten, viel haar stem weg. Soms werd ze onderbroken en soms kreeg ze simpelweg geen aandacht.
Op een gegeven moment stopte ze met proberen. Ze leerde dat haar stem niet vanzelfsprekend gehoord werd. Dat anderen luider waren, dat haar woorden blijkbaar niet belangrijk genoeg waren. Niet omdat iemand dat bewust tegen haar zei, maar omdat ze het zo voelde, keer op keer.
Zonder dat ze het wist, had dit patroon zich vastgezet in haar onderbewustzijn en in haar lijf. Dit patroon nam ze mee naar haar volwassen leven. In werksituaties, in vergaderingen, bij vrienden, gebeurde onbewust hetzelfde: als anderen hun stem verhieven, hield zij zich in. Ze voelde een onzichtbare rem, een stemmetje in haar hoofd dat fluisterde: Laat maar, straks lijk je dom. Ze zitten echt niet op jou te wachten. Anderen hebben vast betere ideeën.
Tijdens haar coachtraject ging Anna stap voor stap oefenen met haar plek innemen, met haar stem laten horen. Eerst in kleinere meetings, door één extra opmerking te maken. Daarna, bij grotere bijeenkomsten, leerde ze bewust haar moment te pakken. En wat was dat spannend! Natuurlijk gebeurde het weleens dat iemand haar verhaal onderbrak of dat er niet goed naar haar werd geluisterd. Telkens weer moest Anna zichzelf herinneren: Dit gaat niet om mij. Ze bedoelen het niet persoonlijk. Dit is gewoon hoe mensen soms zijn.
Op een dag, tijdens de verjaardag van Anna’s vader, was de hele familie aanwezig, inclusief haar broer. Meteen voelde ze haar eigen weerstand opkomen: Ik zeg wel niks, niemand luistert toch. Maar dit keer besloot ze anders. Ze haalde diep adem, rechte haar schouders en deelde een anekdote over iets wat ze onderweg had meegemaakt. Haar broer leek op het punt te staan haar in de rede te vallen, maar voordat hij dat kon doen, hield Anna stand, maakte haar zin af en keek hem rustig aan. Tot haar verrassing hield hij zich in en stelde in plaats daarvan een vraag. Op dat moment besefte Anna dat ze haar eigen patroon had doorbroken.
Toen ze dit later met mij deelde, verzuchtte ze: Wauw, dit voelde zó goed. Ik hoorde er gewoon bij. Het was een ontroerend moment. Jarenlang had ze het gevoel gehad dat haar stem er niet toe deed, dat ze niet écht werd gehoord en zelfs dat ze zich niet echt onderdeel voelde van het gezin. En nu, voor het eerst, doorbrak ze dit patroon. Wat daarna volgde, waren de tranen die ze al die jaren had ingeslikt. Zo dat lucht op, zei ze.